Instructies voor montage en installatie

1. Installatie van verdeeldozen op houten en andere brandbare materialen

Volgens de richtlijnen van de VdS 2023 mogen er op brandbare ondergronden alleen elektrische verbindingen en aansluitingen van kabels met klemmen worden geïnstalleerd in daarvoor geschikte behuizingen voor elektro-installaties conform DIN VDE 0606 en DIN EN 60670. De redenen hiervoor zijn de behuizingen die richting het montagevlak gesloten zijn en de hoge veiligheidseisen van de norm op het gebied van brandwerendheid.

Voorbeelden:

volledig houten huizen , huizen met componenten van hout, bouwmaterialen of hout andere brandbare materialen , spouwmuren gemaakt van brandbare materialen , maar ook kunststof materialen voor warmte- en geluidsisolatie.

Alle producten van de els-installatiesystemen voldoen aan deze eisen.

2. Afwezigheid van halogeen in installatiematerialen

Op dit moment zijn er geen DIN VDE-voorschriften die het gebruik van halogeenvrije installatiematerialen verplicht.
Door de lagere hoeveelheid giftige stoffen in geval van brand zijn er in de DIN VDE 0100-718 een aantal afwijkingen (versoepelingen) t.o.v. de schriftelijk vastgelegde installatiemethode opgenomen, mits er gebruik gemaakt wordt halogeenvrije kabels. Deze afwijkingen zijn zeer specifiek, waardoor er afgezien is van een gedetailleerde beschrijving. Toch wordt er in de bouwvoorschriften van de afzonderlijke deelstaten en andere bouw- en installatievoorschriften voor openbare omgevingen (nooduitgangen, liften) in toenemende mate het gebruik van halogeenvrije installatiesystemen geëist. Het gebruik van hoogwaardige , halogeenvrije materialen in deze omgevingen is dan wel degelijk zinvol. De reden hiervoor is een betere bescherming van personen en goederen, want bij halogeenvrije materialen komt er in geval van brand geen rook vrij, wordt het aandeel giftige gassen gereduceerd tot een minimum en komen er geen corrosieve gassen vrij, die in combinatie met blusmiddelen zoutzuur zouden kunnen vormen. Er is tevens sprake van minder schade aan gebouwen en inventaris.

Voor de genoemde omgevingen biedt Spelsberg els-installatiesystemen die absoluut halogeenvrij zijn (m.u.v. HW , KD).

3. Installaties buiten – installaties in de openlucht - vochtige en natte omgevingen en ruimtes

3.1 De basis

Bij de selectie van de componenten geldt in principe dat de informatie van de fabrikant m.b.t. de producteigenschappen slechts een leidraad voor de gebruiker is. Bij deze eigenschappen moet te allen tijde rekening gehouden worden met de respectievelijke, geldende installatievoorschriften, zoals DIN VDE 0100 – ff.

Afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden dient de gebruiker eventueel extra beschermende maatregelen te nemen. De afzonderlijke factoren worden hierna  preciezer beschreven.

3.2 Bescherming tegen uv-stralen

Uv-stralen kunnen bij de meest uiteenlopende soorten kunststof ernstige structurele schade veroorzaken en zelfs tot vernietiging leiden. Daarom mogen producten van het materiaal polystyreen (PS) niet buiten toegepast worden. Spelsberg heeft hiervoor de producten van de iQ-serie ontwikkeld. Hierin is een materiaal met een hoge bestendigheid tegen uv-stralen verwerkt. In een test conform DIN 53387 (vervangen door DIN EN ISO 4892-2), waarin de behuizingen in een 1000 uur durende test bloot werden gesteld aan alle mogelijke weersinvloeden, behaalde het materiaal een optimaal resultaat. Dit materiaal is ook voor een andere blootstellingsmethode, conform UL 746 C, met zonder beperkingen geslaagd.

3.3 Bescherming tegen hoge Temperaturen

Als elektrische inbouwapparatuur in gebruik is, treed er energieverlies op. De producten die door Spelsberg vervaardigd zijn, worden in de vrijgavetest gecontroleerd op het energieverlies dat er maximaal in de behuizing op mag treden. In de catalogus staan uitgebreide Tabellen over dit thema, waarbij ook rekening gehouden wordt met de omgevingstemperatuur en het soort installatie. Verdeelinrichtingen zijn ontworpen voor omgevingstemperaturen tussen -25°C en +35°C (gemiddelde over 24 uur). Als de temperatuur kort oploopt tot 40°C is dat geen probleem. Ook als bijv. iQ-producten van Spelsberg geschikt zijn voor temperaturen van -40°C tot +80°C, dan moeten voor de ingebouwde componenten, zoals een installatieautomaat, aardlekschakelaar of zekeringen, al bij de planning de instructies van de fabrikant en de desbetreffende richtlijnen van de norm voor productveiligheid gecontroleerd worden.

Zonnestraling of andere warmtebronnen kunnen bovendien bijdragen aan een ontoelaatbare verhoging van de binnentemperatuur en dit moet dan ook absoluut vermeden worden.

Een veilige werking van elektrische apparatuur is dan eventueel niet meer gewaarborgd.

DIN VDE 0100-520 (VDE 0100-520):
522.1.2 Kabel- en leidingsystemen inclusief toebehoren mogen alleen bij de omgevingstemperatuur geïnstalleerd of bewogen worden die binnen de grenswaarde ligt die in de desbetreffende productnorm genoemd wordt of door de fabrikant is aangegeven.

3.4 Bescherming tegen chemische invloeden

Voor installaties in omgevingen met een verhoogde concentratie aan verontreinigende Stoffen kan de toepasbaarheid dienovereenkomstig beperkt worden. Informatie hierover vindt u in de tabel „Materiaaleigenschappen“.

iQ-producten zijn bestand tegen minerale oliën, plantaardige en dierlijke vetten.

3.5 Bescherming tegen condenswater

Hoe dichter apparaten zoals kabeldozen of verdelers afgesloten zijn, des te sneller moet er rekening gehouden worden met de vorming van condenswater. Dit is met name het geval op plaatsen waar sprake is van sterk wisselende temperaturen. Dit effect wordt versterkt door het energieverlies dat in de behuizingen gegenereerd wordt.

Door de verschillen in temperatuur ontstaat er tevens een verschil in de druk. Dit leidt ertoe dat er lucht in de behuizing gezogen wordt als de temperatuur wisselt. Met de volgende temperatuurstijging komt de vochtigheid die in de lucht zit in de vorm van water neer op het koude oppervlak van de behuizing, b.v. op het deksel. Daar dit proces slechts gedeeltelijk omkeerbaar is, hoopt het water zich op in de behuizing.

Aangezien dit effect vaker voorkomt, soms zelfs dagelijks, kan het zijn dat er zich een behoorlijke hoeveelheid water in de behuizing verzamelt. Met een hogere beschermingsgraad zal de behuizing dit water ook niet meer afgeven, zodat de dichtheid hier zelfs een negatief effect heeft. Hierdoor ontstaat schade.

Conform DIN VDE 0100-520 moeten er maatregelen getroffen worden voor het afvoeren van het water als dit water zich ophoopt of als er condensatie van water in de kabel- en leidingsystemen op kan treden.

De kabeldozen uit de verschillende productgroepen van Spelsberg zijn aan de achterzijde dan wel op het montagevlak voorzien van uitbreekpoorten voor condenswater. Deze moeten zo geopend worden, dat ze zich na installatie aan de onderkant van de behuizing bevinden, zodat mogelijk condenswater weg kan lopen.

Dit geldt alleen onder de voorwaarde dat er geen strengere eisen aan de aanraakbeveiliging of de beveiliging tegen vreemde voorwerpen gesteld worden (> IP 2X of bescherming tegen stof).

Als een behuizing tegelijkertijd aan de vereisten voor aanraakbeveiliging of beveiliging tegen vreemde voorwerpen moet voldoen, zoals IP 3X, adviseren wij het gebruik van els-ventilatiewartels. Ze zijn verkrijgbaar in de afmeting M20, worden in de betreffende openingen voor de kabelinvoeringen aan de onderkant en aan de zijkanten gemonteerd en bieden bij een correcte installatie zelfs bestendigheid tegen sproeiwater tot IP X4. Aanbevolen wordt een toepassing die een zogenaamd „schoorsteeneffect“ toestaat.

Voor een hogere beschermingsgraad is er een ontluchtingsstop (IP68) beschikbaar.

Het bovenstaande in acht genomen is de Abox XT het enige els-product dat condensvorming volledig kan uitsluiten, omdat er door de gietharsvulling geen lucht in deze behuizing aanwezig is.

3.6 Bescherming tegen regen/sneeuw (neerslag)

De conform DIN EN 60529 uitgevoerde tests m.b.t. de beschermingsgraad doen dienst als vergelijkende tests en voor het classificeren van eigenschappen. De tests duren slechts een paar minuten en kunnen weersinvloeden zoals regen/sneeuw of het schoonmaken met een waterstraal niet nabootsen. Bovendien kunnen de lokale omstandigheden zo verschillend zijn, dat er geen algemene test voor de weersinvloeden gedefinieerd kan worden. Daarom moeten de installatievoorschriften voor de betreffende installatieomstandigheden verplicht nageleefd worden (pagina 306).

DIN VDE 0100-520 (VDE 0100-520):

522.3.1 Kabel- en leidingsystemen moeten zo gekozen en uitgevoerd worden dat er geen schade door condensatie of het binnendringen van water wordt veroorzaakt.

DIN VDE 0100-712 ( VDE 0100-712 ) : PV-installaties

712.522.8.3 Er moet rekening gehouden worden met te verwachten externe invloeden zoals wind, ijsvorming, temperaturen en zonnestraling.

3.7 Bescherming tegen achtergebleven water (vorst)

Bij een installatie die niet beschermd is tegen neerslag kan het zijn dat er water achterblijft op oppervlakken en in holtes. Als dit water niet ongehinderd weg kan lopen, ontstaat er een ophoping. Bij lage temperaturen kan dit water ijs worden en een ontoelaatbare mechanische belasting op de behuizing uitoefenen. Dit kan schade aan de behuizing veroorzaken.

DIN VDE 0100-712 (VDE 0100-712):

712.522.8.3 Er moet rekening gehouden worden met te verwachten externe invloeden zoals wind, ijs, temperaturen en zonnestraling. Daarom is het belangrijk bij het installeren erop te letten dat de behuizing beschermd wordt door een overkapping (zie 3.6).

Deze overkapping

• is misschien al aanwezig,

• kan door de gebruiker gemaakt worden,

• kan gemaakt worden met toebehoren uit het assortiment van Spelsberg

3.8 Bescherming tegen planten en/of schimmelgroei

De kunststoffen die voor elektrische installaties worden gebruikt, zijn organische materialen. Er dient dan ook rekening gehouden te worden met het risico van schade die door planten, algen en schimmels aangericht kan worden.

DIN VDE 0100-520 (VDE 0100-520):

522.9.1 Als uit ervaring gebleken is of er te verwachten valt dat planten en/of schimmelgroei tot schade kunnen leiden, dan moeten voor de kabel- en leidingsystemen de juiste materialen gekozen worden of er moeten bijzondere beschermende maatregelen genomen worden.

Opmerking : Er moet een soort installatie gekozen worden, die een passende afstand van zo’n soort begroeiing toestaat (zie paragraaf 529).


Conclusie:

Met in achtneming van de bovenvermelde parameters, is een beschermde installatie in een buitenomgeving absoluut noodzakelijk en in de installatievoorschriften ook uitvoerig beschreven. Alleen op deze manier kan er sprake zijn van een veilige werking van de beschermingsapparatuur.

Aanvullende informatie over het installeren in de openlucht, uv-bestendigheid:

De informatie over de beschermingsgraad en uv-bestendigheid wordt vaak als enige maatstaf voor het installeren in de openlucht genomen.
Maar er zijn nog meer belangrijke factoren die een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld de absolute temperatuur, frequentie van temperatuurschommelingen, luchtvochtigheid en vooral chemische invloeden. Bij een installatie in een buitenomgeving kan schade ontstaan door de invloed van uv-stralen, maar meer nog door chemische invloeden. Om die reden moeten buitenomgevingen van benzinestations, chemische fabrieken, vuilstortplaatsen, compressoren, waterzuiveringsinstallaties, enz. op voorhand al heel kritisch onderzocht worden.

4. Kabels in beton leggen

De vaak gebruikte mantelleiding NYM mag in beton gelegd worden., maar niet in tril-, schoken stampbeton. Conform VDE 0276 mag de stroomkabel NYY echter zonder beperking in beton worden gebruikt, als de minimale buigstralen, die t.o.v. NYM veel groter zijn, Maar worden nageleefd.

5. Beschermingsklassen van elektrische apparatuur

Deze classificatie is niet bedoeld om het beveiligingsniveau van de apparatuur aan te geven. Het is slechts een verklaring over de maatregelen waarmee de veiligheid bereikt wordt.

 

Apparatuur met beschermingsklasse I is apparatuur waarbij de bescherming tegen elektrische schokken niet alleen berust op de basisisolatie. Er is sprake van nog een beschermende maatregel, doordat onderdelen (componenten) aangesloten worden op de aardkabel van de permanente installatie. Als de basis-isolatie het laat afweten, dan kan er ook geen spanning blijven bestaan.

 

Apparatuur met beschermingsklasse II is apparatuur waarbij de bescherming tegen elektrische schokken niet alleen berust op de basisisolatie, maar die voorzien zijn van extra veiligheidsvoorzieningen zoals dubbele of versterkte isolatie. Er is geen aansluiting voor de aardleiding.

Apparatuur met beschermingsklasse III is apparatuur waarbij de bescherming tegen elektrische schokken is gebaseerd op de veilige spanning (SELV) en waarbij geenspanningen ontstaan die hoger zijn dan de veilige spanning.

 

Alle lege kunststof els-behuizingen voldoen aan beschermingsklasse II, metalen behuizingen/ behuizingen met een coating van metaal zijn ontworpen voor het aansluiten van een aardkabel en voldoen aan beschermingsklasse I.

1) SELV = (Safety Extra Low Voltage)

6. Beschermingsgraden conform DIN EN 60529 (VDE 0470-1)

De juiste beschermingsgraad wordt aangetoond in het eigen testlaboratorium. De tests worden uitgevoerd conform DIN EN 60670-1, EN 61439-1 en DIN EN 62208 (afhankelijk van het type).

Het eerste cijfer van de IP-code geeft de bescherming van de behuizing tegen het aanraken van gevaarlijke delen en het binnendringen van vaste voorwerpen aan.

Toelichting op de IP-beschermingsgraad:

Vergelijkingstabel tussen IP-Code en NEMA-typen

Spelsberg-products with NEMA protection class

Els-ProdukteNema
TK PC-o4X, 12
TK PC-m4X, 12K
TG PC-o

12 (on request TG PC-o in Nema 4X, 12 design)

7. Bescherming tegen mechanische belasting, IK-code

Conform DIN EN 50102 (VDE 0470-100) «Beschermingsgraden door behuizingen voor elektrische apparatuur tegen uitwendige mechanische belasting (IK-code)» wordt de beschermingsgraad van een behuizing tegen mechanische belasting aangeduid met de zogenaamde IK-code. De IK-codes die ingedeeld zijn volgens de afzonderlijke energiewaarden van de belasting staan in de onderstaande tabel. De gegevens over de IK-waarden van de afzonderlijke els-producten vind u in tabel 1 (pagina 286).

IK-Code

Belastingsenergie [J]

IK00---
IK010,15
IK020,2
IK030,35
IK040,5
IK050,7
IK061
IK072
IK085
IK0910
IK1020

8. Inbouwmaten van de els-installatieproducten

Vrije inbouwhoogte belangrijke series artikelen

Series artikelenABC
Abox / Abox-i[mm][mm][mm]
Abox / Abox-i 0254236---
Abox / Abox-i 040453934
Abox / Abox-i 060 / Abox SL 2,5²494941,5
Abox / Abox-i 100 / Abox SL606052,5
Abox / Abox-i 160 / Abox SL 10²717163,5
Abox / Abox-i 250929284,5
Abox / Abox-i 350 / Abox HA929284,5
Abox 700117,5114106,5
Abox / Abox-i 700 / 1500 / 2400146------
Rijenklemmenkasten[mm][mm][mm]
RKK-Serie454540
RK 4/07535345,5
RK 4/12636355,5
RK 4/18, 4/25, 4/34817567,5
RK 4/50, 4/1001039775,5
RKA-Serie / AKi-R117,511490
AK- / AKi-Serie[mm][mm][mm]
AK 03857971,5
AK 05 tot 1211110598,5
AK 14 tot 42 Plus636355,5
AKi 14 tot 70817567,5
AKL- / AKi lege behuizingen [mm][mm][mm]
AKL 1 tot 4 / AKi 1 tot 4117,5114106,5
AKL 2-h tot 4-h / AKi 2-h tot 4-h194,5191183,5
AKZ- / AKi-Z meterbehuizingen[mm][mm][mm]
AKZ / AKi-Z meterruimte194,5191183,5
AKZ / AKi-Z aansluitruimte117,511490
SVi lege behuizingen[mm][mm][mm]
SVi119111,5---
SVi LQ119111,5---

9. PE/N-scheidingsklem

PE/N-scheidingsklem

In DIN VDE 0100-718 wordt geëist, dat de verdelers van de stroomvoorziening zo uitgevoerd worden dat een eenvoudige meting van de isolatieweerstand van alle kabels tegen aarde van elk afzonderlijk stroomcircuit mogelijk is. Voor circuits met aderdoorsnedes onder 10 mm² moet het mogelijk zijn metingen te verrichten zonder de nulleider af te klemmen, bijvoorbeeld door het inbouwen van scheidingsklemmen voor nulleiders. Door de grotere aansluitruimte is er voldoende plaats om de gangbare rijen-scheidingsklemmen te monteren.